Dokters drinken geen bloemen

door Carla de Jong
| mei 08, 2012 in
Blog
Dokters drinken geen bloemen
0 reacties

Op 25 april vier ik in de Linnaeusboekhandel te Amsterdam de verschijning van Gebroken wit: mijn vierde boek. Van alle kanten hoor ik achteraf dat het mijn meest persoonlijke en gezelligste boekpresentatie was.
Waar zit hem dat in?
Een eenvoudige vraag kent vaak een meervoudig antwoord. Zonder uitputtend te willen zijn, een paar mogelijke verklaringen.
Allereerst is de Linnaeusboekhandel een van de fijnste, best gesorteerde en meest knusse boekhandels van Nederland. Waar kan een auteur beter zijn boek presenteren dan tussen die kleurige veelheid aan literaire kaften, met belezen personeel dat vrijwel alle titels kent, herkent en van commentaar kan voorzien.
Gebroken wit speelt zich af in de gezondheidszorg, een sector waar ik mijn hart aan heb gegeven, al lang geleden. Maar, dat ging Serpent ook. Wat is het verschil dan toch tussen die twee? Gebroken wit reflecteert, meer nog dan mijn andere boeken, mijn werkende leven, waarin ik probeer om verbindingen aan te brengen tussen de werkvloer- wat ik een vreselijke uitdrukking vind overigens- en de hoogste leidinggevende niveaus. In een en dezelfde organisatie leven totaal verschillende werkelijkheden en dat is op zich niet erg, omdat elke werkelijkheid in zichzelf kan bijdragen aan het grotere geheel. Het wordt pas erg als die werkelijkheden langs elkaar heen leven en elkaar niet meer raken, zoals in Gebroken wit gebeurt. Dan gaan patiënten eronder lijden.
In mijn poging om de complexiteit van een ziekenhuis te schetsen spaar ik in Gebroken wit niemand en mijn eigen beroepsgroep- die van adviseurs- nog wel het allerminst. Maar ook artsen, verpleegkundigen en bestuurders krijgen er van langs. Dat neemt niet weg dat de meeste mensen die er werken enorm hun best doen om een steentje bij te dragen aan goede patiëntenzorg en dat zij best wel eens in het zonnetje mogen worden gezet. En dus geef ik drie mensen uit de gezondheidszorg een eerste exemplaar van Gebroken wit en spreek mijn waardering uit voor de moed die zij hebben om hun schouders onder zorg te zetten, ook als dat extreem moeilijk is. Rob van Dam, die sinds een jaar een Amsterdamse ouderenzorgorganisatie bestuurt waar veel, heel veel moet gebeuren. Annemarth Houthof, arts-assistent met de gave om een heel goede dokter te worden. En ten slotte de beste vriendin van mijn moeder, Riet Kramer, die haar hele werkende leven verpleegkundige is geweest.
Daarna trakteer ik hen en alle andere aanwezigen op Gebroken wit bier en dat verbroedert en verzustert snel. Of, zoals ik onlangs een arts hoorde zeggen die een fles wijn ontving als dank voor een praatje: ‘Dokters drinken geen bloemen.’