Over Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands en sociale wetenschappen en werkte in het bedrijfsleven en de gezondheidszorg. In 2009 debuteerde zij met In retraite, nog datzelfde jaar volgde Serpent (genomineerd voor de Gouden Strop). Daarop volgenden Outcast (2010) en Gebroken Wit (2012). 18 Februari 2014 verschijnt De ingreep, een medische thriller.

Lees hier een interview met haar:

Vraag: Ben je alleen schrijver, of heb je daarnaast nog een baan? Kun je het combineren?
‘Ik durf mezelf pas schrijver te noemen sinds ik in 2009 ben gedebuteerd, maar schrijven is al mijn levenlang een grote liefde met de nodige concurrenten. Ik werk daarnaast als adviseur, geef masterclasses en workshops schrijven en ik heb een gezin. In 2014 start ik daarnaast met collega Annet de Jong de literaire thrillersalon. De combinatie schrijven en aanverwante activiteiten, gezin en werk is redelijk in balans, al kraken de uren op een dag soms nog steeds uit hun voegen.

Vraag: Schrijf je alleen romans?
‘Mijn debuut In retraite (2009) was een roman. Daarna heb ik twee thrillers geschreven, Serpent en Outcast (2010). Beide thrillers bevatten naast een moordplot ook een stevige dot psychologie. Mijn vierde boek was weer een roman: Gebroken Wit. Ik heb besloten mij voorlopig op ziekenhuisthrillers te richten, omdat ik die wereld goed ken -van werkvloer tot boardroom- en het een spannende setting vind waarbinnen ik met mijn personages en plots veel kanten uitkan. De ingreep getuigt daar hopelijk van!

Vraag: Stel je jezelf doelen als je aan het schrijven bent?
‘In de scheppingsfase van een boek ben ik niet erg planmatig en schrijf ik zeer onregelmatig. Als ik ga zitten en een goed verhaal heb en mijn personages voor me gaan leven, stromen de woorden wel makkelijk uit mijn handen. Op een goede dag schrijf ik een paar duizend woorden, maar ik heb ook wel eens weken dat het boek stagneert. Dat kan uit simpel tijdgebrek zijn, maar soms moeten de plot en de personages nog wat meer gisten. Ik denk er dan wel voortdurend aan, dus het is niet zo dat er in die weken niets gebeurt. In de redactiefase ben ik uiterst gedisciplineerd. Ik werk dan vrijwel elke avond en op mijn vrije dagen. Het eerste dat ik inpak als ik op vakantie ga is mijn laptop. Dat zijn mijn meest productieve weken.

Vraag: Waaraan moet een boek voldoen als het voor jou geslaagd is?
‘Ik wil meegevoerd worden in een verhaal. Ik heb een vrij ‘Amerikaanse’ smaak: een krachtige plot, vaart en goede spanningsboog zijn voor mij belangrijk. Ik wil ook geraakt worden door de personages. Zo probeer ik ook te schrijven.’

Vraag: Welke boeken lees jezelf graag?
‘Ik lees graag Amerikanen, zoals Philip Roth en Ann Tyler, die een meester is in het tot leven blazen van haar vaak gemankeerde hoofdpersonen. Jonathan Franzen vind ik geweldig, vooral de Correcties, maar ook Vrijheid mag er wezen. John Irving heeft een aantal prachtige verhalen, zoals Weduwe voor een jaar. Ik hou van een stevige plot. Onovertroffen is die van De vliegeraar. Op vakantie lees ik graag de betere detectives, zoals de vroege Elisabeth George, Ruth Rendell en PD James. Gejaagd door de wind, heeft me als achttienjarige diep geraakt. Toen ik het uit had heb ik een week gehuild. Ik heb later geprobeerd het nog een keer te lezen, maar kwam er niet meer in.’


Vraag: Met het verschijnen van Gebroken Wit in april 2012 hebt je in drie jaar tijd vier boeken gepubliceerd. Waar komt jouw drang om te schrijven uit voort?
‘Het is vooral heerlijk om te schrijven. Als kind had ik twee dromen: ik wilde schrijfster worden en verpleegster. De tweede droom was ‘erfelijk’ via de genen van moeder en grootmoeder. De eerste was authentiek, vanaf het moment dat ik kon schrijven, deed ik niet anders. Ik schreef gedichten, korte verhalen en op mijn tiende een eerste boek. Ik juichte als er strafwerk kwam in de vorm van een opstel. Na de middelbare school ben ik Nederlands gaan studeren met als doel schrijfster te worden. Mijn behoefte aan zingeving leidde ertoe dat de tweede droom tijdelijk won. Ik studeerde verpleegkunde en sociale wetenschappen en werkte jaren in de psychiatrie, onder andere als groepstherapeut. Het schrijven bleef knagen. In de tien jaar dat ik als organisatieadviseur werkte, stortte ik me op offertes, rapportages en artikelen. Uiteindelijk kon ik in het zakelijk schrijven niet genoeg kwijt. De klik kwam toen ik in een interview met Maria Goos een zin las die me vol trof: ‘Ik ben er nu wel achter, schrijven is mijn leven.’ Ja, zo is het, dacht ik. Na het lezen van dat interview ben ik achter mijn computer gekropen en drie maanden later had ik mijn eerste thriller geschreven, die overigens het daglicht niet heeft mogen aanschouwen. De drang zit heel diep, denk ik. Ik ben onthand als er niets te schrijven is.’

Vraag: Als je jezelf in vier woorden moest karakteriseren, welke zouden dat zijn?
‘Vrouw, moeder, schrijfster, vriendin.’

Vraag: Heb je naast schrijven, werk en gezin nog tijd voor hobby’s?
‘Ik streef er eigenlijk naar op alle vlakken lol te hebben, ook in mijn werk en dat lukt aardig. Schrijven is nog steeds mijn grootste hobby. Als ik schrijf ben ik volkomen in balans. Schrijversstress is me vreemd. Achter mijn computer ben ik in mijn tweede wereld. Voor mijn gezin is dat soms heel ergerlijk, want ik ben onbereikbaar, hoewel ik mijn werkplek pontificaal in de huiskamer heb.
Om mijn hoofd leeg te maken doe ik sinds een aantal jaar yoga en dat is een ontdekking. Ik deed altijd actiesporten en vond yoga voor softies. Niets is minder waar. Het is fysiek zwaar maar geeft een energieboost en vooral meer evenwicht. Met dank aan mijn leraar Jan, want zonder een goede leraar gebeurt er niets. En dat geldt niet alleen voor yoga.